17 juni: Sartène - Porto Vecchio
Van het westen naar de oostkust van Corsica. Ik ben ingesteld op een warme dag en heb mijn watergekoelde hoofdband om. Ik fiets met Carla, Hans en Alinda mee, die gelukkig Sartène ook nog niet gezien hebben. Barbaarse invasies en plunderingen eeuwen geleden, brachten de Corsicanen ertoe om zich landinwaards te gaan vestigen. Sartène een voorbeeld hiervan en wordt wel de meest Corsicaanse onder de Corsicaanse dorpen genoemd.

Na Sartène komen er 20 kilometer lang alleen maar dorpjes die uit
anderhalve straat bestaan. Zo telefoneer ik mijn ouders vanuit het dorpje Casabianca, terwijl ik een oude, zwart geklede vrouw op de stoep van haar huis een tijdschrift zie lezen. Het eerstvolgende plaatsje van enige betekenis is StLucie de Tallano, of Santa Lucia di Tallà zoals de bewoners het ongetwijfeld liever noemen. We drinken er even een kop koffie (of thee) om de klim weer aan te vangen. Daarbij worden we gevolgd door een witte labrador, vanaf hier Bello te noemen. Bello heeft wel zin in een wandelingetje en Bello kan ons best bijhouden.

Een paar kilometer buiten StLucia slaat voor Carla de pech weer toe als
haar ketting breekt. Er is weinig wat we kunnen doen, niemand heeft een rezerve-ketting of zo. Ik geef Bello ondertussen een aai en een handje water, maar Bello heeft geen dorst. Bello heeft ook geen zin om bij Carla te blijven, dus gaat hij met ons mee. In de beklimming, terwijl ik met 10 à 12 km/u naar boven fietste, liep Bello zonder ook maar te hijgen mee, vlak naast me. Om ook eens aan de andere kant te kunnen lopen sneedt hij me soms rakelings. Leuk, zo'n hondje, maar veilig is anders. Dus probeerden we hem eerst terug te sturen. 'Ga naar je baas', wijzend op het dorp dat tien kilometer achter ons lag. Bello ging niet. Toen het iets vlakker werd, probeerden we weg te demarreren, maar toen we al hijgend hiervan probeerden te bekomen, kwam Bello al weer aanrennen. Nog een demarrage met 20 km/u op het valse plat, maar nee, Bello bleek de reincarnatie van een wielrenner.

Uiteindelijk was alle moeite van het demarreren voor niets, want pas in de afdaling drong het Bello door dat dit voor een hond niet te doen was. En
daarna heeft Carla hem weer terug zien lopen naar huis. Ik zie de beelden van de Tour over een jaartje al. De renners doen een uitstapje naar Corsica. Daar vlak bij StLucie is de aankomst bergop. Wordt het Armstrong? Garzelli? Nee! Bello 1, Garzelli 2 dan Armstrong. Bello start morgen in de bollen.

In de afdaling zagen we nog een roofvogel langs vliegen en daalden we af tot bij een stromend riviertje, wat meestal betekent dat het daarna weer
omhoog gaat. De foto van het karkas wat ik even daarna langs de weg zag, zal ik je besparen. Voor de rest ging de klim perfect. Er stond een koele bries die me soms naar bovenblies. Verderop in de klim hoorde ik het geknor van de wilde varkens vanuit het struikgewas. Het zijn deze varkens, die enkel maquis op hun menu hebben staan, die nog al eens in de charcuterie belanden.

Hoe verder we boven kwamen, hoe harder het waaide. Op de Col de Bacino waaiden we zelfs zowat uit ons hemd. De col was bezaaid met rotsen met rotsen en gaf even verderop een uitzicht over de kust rond Porto Vecchio. Vanaf dat moment ging het hard naar beneden. Vermoedelijk heb ik daarbij ook het maximum vandaag van 59,9 km/u bereikt. De laatste ongeveer 10 kilometer vanaf Sotta waren redelijk vlak. Meest opvallend waren een bepaald type boom waarvan de bast aan de stam weg was, vermoedelijk kurkbomen.

Trip: 73,6 km, netto tijd: 4 uur en 18 min.
Avg: 17,1 km/u, Max: 59,9 km/u


Vorige pagina Volgende pagina