Noorwegen 2000

Vorige pagina Volgende pagina


Zaterdag 15 juli: Gaupne - Flåm





Dit is het helemaal: het fjordengebied op een prachtige dag.


Het idee voor de rit van vandaag is dat er twee mogelijke ritten zijn: een korte en een langere met het grootste stuk klimmen tot nu toe. Ik koos de tweede optie. Maar voor we op weg gingen, konden we een beetje uitslapen. Onderweg moesten we met een boot overvaren en die boot vertrok toch niet eerder.

De eerste 40 kilometer zouden we gezamelijk doen en die zouden volgens de beschrijving redelijk vlak zijn. Dat viel toch nog wel tegen. Er zat nog een redelijke klim in. Ook werd best doorgereden. Uiteindelijk kwamen we bij de plek waar het veer zou aanmeren. In afwachting ervan spraken we 2 worldriders, personen die in het kader van het jaar 2000 over heel de wereld fietsten. Ze kwamen uit de USA en overnachtten vaak in scholen of kregen onderdak bij mensen. Op de kaart wezen ze aan waar ze al geweest waren. Sommigen van ons maakten van de gelegenheid gebruik om te vragen wat hun ervaringen waren in bepaalde streken. En verder, tja, tegen zulke fietsprestaties kun je natuurlijk niet op. Waar doen ze het eigenlijk van?




Ronnie en Eric nemen het voortouw in de afdaling.


Even later kwam het veer aan en we stelden ons op om mee te kunnen. De klep ging open en daar kwamen alle auto's eruit rijden. Onder het toeziend oog van de bemanning reden er vervolgens weer andere auto's in. Wij wachtten op een teken. Tot onze ontsteltenis ging de klep echter vliegensvlug dicht en het veer voer weg. 'Da's om te keren zeker', zei iemand nog, maar de boot was zich duidelijk van ons aan het verwijderen. Daar stonden we dan! Okee. Nieuw plan.




'Doei!'


We reden door naar Manheller, waar we een ander veer pakten. Ditmaal waren we er als de kippen bij om op te stappen. Daarna weer op de fiets door een tunnel van 2,3 km. Wij vooruit en de bus met de nodige verlichting erachter. Het liep helemaal niet. In de tunnel daalden we af en terwijl de een zich liet gaan, kneep de ander in de remmen. Tussen het geraas van de tegemoetkomende auto's werd geroepen om bij elkaar te blijven, maar door de kakofonie was dat niet hoorbaar. Na deze oefening in groepsdiscipline, ging de groep die de korte route zou doen al gauw zijns weegs.

Voor de klimmers was er nog een tunnel van 7 kilometer. Wijzer geworden, bracht Tessa ons per busje over. Dat nam natuurlijk ook de nodige tijd in beslag en om half zes stonden we aan de voet van de 16 kilometers tellende klim. De start op zeeniveau, het einde op ca. 1300m.

Het eerste stuk was best zwaar. Het stuk daarna ook en ik voelde me bij het begin al niet helemaal lekker. Een mooi uitgangspunt. Soms was het stijgingspercentage 8%, soms 9%. Mijn kilometrage liep zichtbaar terug: negen, acht, ze-ven, zzes. Geheel tegen mijn principes in stopte ik af en toe. Terwijl ik zo even zat uit te blazen, kwam er een Duitse camper langs. Bijna de gehele klim kwamen we elkaar tegen. Hij stopte, ik reed door, ik stopte, hij kwam langs, hij stopte, ik kwam langs enzovoort. Al klimmend werd ik verder omringd door rotsen, groen, bloemen en vliegen. In het begin woof ik ze weg, maar ze kwamen toch weer terug. Ik kon ze er ook niet uitfietsen, dus ik liet ze maar. De bomenzone hield op en maar ik ging verder. Ik vroeg me alleen af waar de top van de route precies was. Boven me torende de echte top en ik dacht nog heel ver moest, maar al gauw steeg de weg minder en toen was ik er.




Een ongelofelijk schouwspel als uit een National Geographic is de beloning voor de klim.


Het is kwart over acht in de avond en we staan op een berg. Ik heb de nodige kleding aangedaan en eet een broodje worst, het enige wat Adele nog aan voorraad heeft voor een nood-soepstop. Achter de parkeerplaats is een fantastisch schouwspel van opeen gepakte sneeuw. rots en watervalletjes die onder de sneeuw vandaan komen. Na deze stop daalt en stijgt de weg nog heftig tussen de sneeuw, die soms tot drie meter boven me reikt. Wat absurd! Dalen is leuk hier, want je kunt onbelemerd op je hardst gaan. Je komt toch zelden iemand tegen. Ik meet in de gauwigheid 68 kilometer per uur, maar het kan nog meer geweest zijn. Wat een belevenis, wat.. voel ik me misselijk. Dat worstje heeft toch geen goed gedaan. Nog eens klimmen, nog eens dalen, nog eens klimmen, nog eens dalen.




Hierboven kun je wel foto's blijven schieten.


Uiteindelijk houd ik het busje aan en laat mijn fiets achterin zetten. Vanuit de cabine neem ik waar dat de route nog wel een paar keer op en neer gaat, tot we uiteindelijk bij een uitkijkpunt komen. Ook dit is ongelofelijk. Een kilometer lager ligt het plaatsje Flåm en het Aurlandfjord. Dit plaatje zie je in alle brochures over Noorwegen en terecht.



Als hier de cruiseschepen langsvaren kun je ze hier zien als waren ze speelgoedbootjes.





Uitzicht over het Aurlandsfjorden en Flåm.


Tegen tienen begin ik mijn tent op te zetten, terwijl de laatste streep zon tegen de bergen te zien is en afhaalpizza's gehaald worden. De pizza's smaken goed. Daarna ga ik zo snel mogelijk naar bed. Nog even valt mijn oog op de wekker, die via een radiosignaal de accurate tijd doorkrijgt. De plek waar ik slaap is echter omgeven door zoveel bergen, dat er geen signaal doorkomt.

Vorige pagina Volgende pagina