Vorige pagina Volgende pagina

21 augustus: Lourdes - Laruns




Voorbereiding voor de klim naar de Col d'Aubisque in Argeles.



Na vertrek vanaf de camping en een rit door de stad voert de route zowaar over een.. een .. fietspad! Wel eigenaardig, die paaltjes in de weg en die 'spakenbrekersbrug'. De route is hier nog opmerkelijk vlak. Hoe verder we komen, hoe nadrukkelijker de natuur zichtbaar is. In het dorpje Argeles begint de grote klim en worden dus alle bidons bijgevuld en worden bananen gegeten. Het is bewolkt, het is niet te warm, dus is het goed. Dan is het iedere man of vrouw voor zichzelf. Ieder in zijn eigen tempo.

Om de Col d'Aubisque vanuit ons uitgangspunt te beklimmen, dient wel eerst de Col de Soulor genomen te worden, dus je bent wel even 28 km onderweg. Aan de andere kant kent de klim paradoxaal genoeg zijn ups en downs. De eerste kilometer klim je bijvoorbeeld 7 procent omhoog, maar al gauw daarna vlakt het steeds meer af en rijdt je zelfs soms omlaag. Om die onregelmatigheid verkiezen veel wielrenners de Alpen boven de Pyreneeen. Al met al gaat de route lekker vlot tot 8 kilometer onder de top, want daar begint een klim van 8 procent. Geholpen door de kennis van het hoogteprofiel en de bordjes langs de weg weet ik mijn krachten te doseren. Terwijl ik me hogerop werk, lopen de percentages ook wat op. Acht procent, achtenhalf, n-n-negen gaat het, maar ik houd de tred erin. Ik draai een bocht om en zie opeens een muur van tien procent voor me. 'Dat hadden we niet afgesproken!', sputter ik tegen, 'dit staat niet op de kaart', maar hij is onverbiddelijk. Gelukkig is deze klim in de klim maar kort. De laatste kilometer wordt ingeluid als de klim afvlakt naar zes-en-half procent, hetgeen letterlijk verademend is. Op het wegdek staat aangegeven hoeveel honderd meter er nog te gaan is. 300 meter, 200 meter, honderd en ik ben aan de top. In de gauwigheid zie ik niemand van onze groep. Het is dus echt eenzaam aan de top.

Trillend stap ik af en doe snel een jas aan. Het is mistig. Verderop zie ik echter een zaakje waar Irene, Guido en Dirk aan de warme drank zitten. Terwijl ik aan de warme choco nip en nog wat brood naar binnen werk, schuiven een Fransman en twee oudere dames aan. Tijdens de koffie maken ze een puzzel uit de krant. 'Een dier van vijf letters?'



'Wilde' paarden langs de weg naar Col d'Aubisque.


Als ik weer op de fiets stap is de mist nog altijd nadrukkelijk aanwezig, even boven mijn hoofd. Maar ik kan wel helemaal het dal in kijken. Een prachtig gezicht. Ook lopen er wilde paarden. Sommigen hebben echter een bel om de nek om te waarschuwen als ze oversteken. Als ik de weg vervolg, komen sportieve prestaties op het tweede plan. Een groot gedeelte van de weg, uitgehauwen uit de bergwand, biedt een schitterend uitzicht. Rustig klimmend kom ik onder een uitgehakte poort door. Het laatste stuk onder de top is nog even zeven procent. Op het wegdek zie ik dat iemand de naam van Boogert heeft gekalkt. 'Dat moet van vorig jaar geweest zijn', zei iemand me. Toch een beetje trots, dat ik, in mijn eigen tempo, kan gaan waar Boogert gaat, toch?



Langs de bergwand loopt de weg naar Col d'Aubisque.


Aan de top herken ik niemand en ook de fietsen komen niet bekend voor. Het enige wat prominent aanwezig is, is een Vlaamse touringcar. De passagiers ervan zijn elkaar al aan het fotograferen bij het bord dat aangeeft dat men zich op 1709 meter hoogte bevindt. Zoekend naar iemand die mij wil portretteren op de top, kom ik een Engelsman (van oorsprong Schot) tegen die ook net de top per fiets gehaald heeft. We helpen elkaar aan het portret dat later in ieders fotoalbum zal prijken. 'Ga je hier ook naar beneden?', vraag ik, wijzend op de route naar Laruns. Maar hij verblijft op een vast punt, in een hotel, dus hij moet weer terug.

's Ochtends was al voorspeld dat na de Col d'Aubisque er weinig inspanningen zouden resten. En dus laat ik de zwaartekracht zijn werk doen. Al gauw kom ik echter weer de Vlaamse touringcar tegen. Dit levert me een dillema op: het ding houdt me op, maar inhalen lijkt me ook niet veilig. Na een stuk of tien bochten steeds weer tot stilstand gedwongen te zijn, besluit ik maar op een overzichtelijk punt in de berm mijn rantsoen te verorberen, waardoor de bus een flinke voorsprong krijgt. Kauwend op een broodje treffen Guido en Dirk me aan, die langskomen met de Cycletoursbus. 'Dat is best goed gegaan, he?', merkt Guido op. Maar ik kan ook best fietsen. De rest van de afdaling verloopt op rolletjes. Terwijl de omgeving zich in fast-forward afspeelt, klinkt een nummer van Fat Boy Slim in mijn hoofd. Right about now, funk soul brother, check it out now...

's Avonds hebben we als toetje meloen met kersen, slagroom en confetti. Laat Guido maar schuiven.




Oh, wat zal ik de kleinkinderen hier later mee gaan vervelen.



Statistieken:

Trip: 64,5 km, netto tijd: 4 uur en 8 min.
Avg: 15,6 km/u, Max: 51,2 km/u