
14 juni: Porto - Porticcio
's Ochtends voelde ik me okee, dus ik ging fietsen. Weliswaar moet ik meteen een traject
van 90 km overbruggen, maar ik schatte dat me hoe dan ook zou lukken. Eerst nog even Porto
in, want daar kwam ik gisteren niet meer aan toe. Snel een foto van de Genueese toren en
weer terugklimmen. Langs bomen in de schaduw en met hier en daar een zeebries is het prettig
klimmen en dat geeft me moed voor de rest van de dag. Het uitzicht over de rotspartijen van
de Calanche met de blauwe zee erachter geeft me bovendien het idee dat het met de natuur
op deze vakantie ook wel goed zit.
Al fietsend kijk ik toe hoe touringcars en andere voertuigen zich in allerlei bochten
wringen om langs elkaar te komen. In Carghese, een dorp waar ooit Griekse vluchtelingen
zich vestigden en ook een Griekse kerk bouwden, kom ik reisgenoten tegen. De kerk staat
in de steigers en is daarom minder fotogeniek. Op 60 km is het tijd voor een maaltijd. Na
charcuterie als voorafje, bestel ik overmoedig nog een tagliatelle met een saus van
Corsicaanse kazen, maar deze is geweldig machtig, zodat ik het enorme bord halfvol moet
achterlaten.
En die maaltijd neem ik mee, de Col de Bastiano op. Halverwege stop ik om nog even te
wennen aan de temperaturen hier. De rest van de beklimming kende weinig beschutting tegen
de zon, terwijl ik juist slechter klim als het warm is. Op een gegeven moment kreeg ik iets
in zicht wat erg waarschijnlijk het eind van de beklimming was. Het ging niet makkelijk
meer. Bij elke struik had ik de schaduw in willen duiken, maar ik wilde ook door. Enkele
keren kwam ik tot een sur-place, waarna ik scheldend weer in beweging kwam. ''domme, ik
wil die berg over!' Gelukkig was het beoogde eind van de klim inderdaad de top. In
eerdere jaren was hier een bar open, maar ik ben aangewezen op mijn schaarser wordende
water in mijn bidons.
Ik reed richting Ajaccio achter Annemarie en Arnold aan. Al lang voordat ik de
kleurrijke buitenwijken van Ajaccio binnenreed, ging ik door de vermoeienis mentaal in
de voor mij inmiddels bekende 'zombie-mode'. Gewoon doorrijden zonder er al te veel bij
na te denken. Dit gaat het best als je achter iemand anders aanrijdt.
Na Ajaccio kwam er 10 km autoweg (N196) zonder fietspad, waar automobilisten
80 km/u mochten. Dit was het vervelendste stukje van de hele Corsica-route,
maar helaas ook vrijwel onontkoombaar. Na rotonde, meteen rechtsaf en niet
meer over praten.
Trip: 90,37 km, netto tijd: 5 uur en 6 min.
Avg: 17,7 km/u, Max: 54,8 km/u
|