22 augustus: Laruns - Jaca
Druk in de weer als ik was om de watervoorraad aan te vullen, vertrok ik vandaag als
laatste. De klim naar Col du Pourtalet, een col die de grens vormt tussen Frankrijk
en Spanje, zou meteen 'om de hoek' beginnen vanaf Laruns.
Ik had snode plannen vandaag: ik zou eens laten zien dat ik de bijensteek te
boven was gekomen. Ik besloot vanaf de start de klim vol gas aan te gaan en zonder
onderweg te stoppen af te maken. Ik was benieuwd hoe ver ik zou komen. Al gauw begroette
ik Carolien en Alice, die vlak voor me vertrokken waren. Als ik Marion, Bas en Maaike
tegenkom, begin ik me al af te vragen of ik in mijn enthausiastme niet te veel energie
aan het verspelen ben. De klim is tenslotte maar liefst 30 kilometer. Verderop prop
ik gauw een banaan in mijn mond en drink ik nog wat. Dat valt niet mee, als je zo
sportief bezig bent. Je moet tenslotte ook nog ademen.
Al met al lopen de zaken gesmeerd. Af en toe lopen de percentages nog wat op, maar ik
voel het al niet meer. Halverwege zie ik Hermen afslaan bij een terrasje, waar ook Ton
en Evert-Jan zitten. Ze zwaaien me na als ik resoluut doorkar.

Col du Pourtalet. We bevinden ons op 1794 meter.
In de achtste kilometer onder de top kom ik Wim tegen, die ook niet slecht aan het
klimmen is. Het helt hier toch zo'n negen procent. Een bescheiden 'hoi' is de enige
vorm van communicatie die ik eruit krijg. Na twee kilometer ben ik Wim voorbij. Toch
denk ik nog iets achter me te horen en dat hij vlak achter me aangeklampt is. Als ik
me omdraai blijk ik echter flink wat meters gepakt te hebben. Met nog vier kilometer
te gaan begint er iets aan mijn fiets te piepen. 'Het zal toch niet mijn ketting of krenk
zijn?', denk ik, want ik voel dat ik minder hard ga. Aan de andere kant is er ook een
windje op gekomen van over de top. Dan beweeg ik mijn stuur eens en blijkt dat het daar in
zit.
Afijn, met de laatste kilometers kan de Tarantuella (de finishtune van Radio Tour de
France) beginnen te spelen. Commentaar van Jacques Chapel. Op 2 kilometer zie ik de eerste
geparkeerde auto's en op 1 kilometer een gebouwtje. Dan is er het bord 'Espaņa' en een
restaurantje.
'Goed werk', zegt 'slankere' Ruud (er waren twee in de groep), 'we zitten hier nog
maar net'. Op een bankje voor het restaurantje zitten inderdaad zes man in de zon
het landschap en een drankje in zich op te nemen. Om ons heen pieken de Pyreneeen veel
hoger dan een fiets kan. Het is mooi. Soms vind ik het jammer dat Gouda niet in de
bergen ligt.

Het laatste bochtje (gefotografeerd vanaf Spanje).
Na twee cola's geef ik de witte labrador van 't huis een aai en fiets ik langs de
grenspost naar Spanje. De wind zet de tranen in mijn ogen, maar ik ga met een glimlach naar
beneden. Het landschap is steeds overweldigend. Langs de weg loopt een rivier in een
meer met lichtblauw water. Een stuwdam, trekt een enorm dal achter zich. Een klein
riviertje stroomt kringelend verder. Dan kom ik bij een tunnel aan. Verboden voor
fietsers, dus die moeten lopend om de tunnel heen. 'Dat is veiliger', moeten de
Spaanse wegenplanners hebben gedacht. De vraag is voor wie, want het pad komt
vlak achter de tunnel weer bij de weg aan. Als je dan de weg over moet, kun je vanaf
dat punt helemaal niet zien wat er uit de tunnel komen razen. Perry vertrouwde me 's
avonds nog toe op dit punt maar liefst drie overtredingen gemaakt te hebben. Hij fietste
wel door de tunnel, hij reed harder dan 60 en haalde daarbij ook nog eens in. Dit alles
was met borden voor de tunnel aangegeven. Reken dus niet te veel op een Cycletours
vakantie op ervaren fietsers om het goede voorbeeld te geven.
Hoe lager ik kom, hoe meer het voordeel van de afdaling het aflegt tegen het nadeel
van de wind. De weg is dan een drukke weg geworden, met veel vrachtverkeer. Jaca (spreek
uit Gakka), is dan nog ver: 35 kilometer... 29... 25 kilometer en het is gewoon een heel
saai recht stuk en de wind is altijd tegen. Dan kom ik Maaike, Bas, Cees en Irene tegen
bij een terrasje. Na een colaatje vraagt iemand of we in een treintje zullen rijden.
Het lijkt een goed idee. Al gauw blijkt dat ik zelden kan aansluiten. Ik moet
ontkoppelen en rijdt Jaca eigen houtje binnen. Ik ga op een muurtje zitten en neem nog
een slok. Het is warmer en droger nu.
Vanaf Jaca is het feest nog niet over, want de camping ligt nog 16 kilometer verder.
Gelukkig heeft de route nu meer rust en variatie te bieden. Na nog eens 10 kilometer
begin ik toch echt trek te krijgen. De voorraden zijn op, maar ik lust nog wel wat,
met name ijs. Dat kom ik echter nergens meer tegen totdat de kilometerteller stopt
op 102,7 voor de ingang van de camping. Daar zit de groep achter een groot glas koud
bier.
's Avonds staat kip met mango, prei en rijst op tafel met als toetje een kaasplankje
(met plank en al voorverpakt verkrijgbaar in de supermarkt) met dessertwijn.
|