
20 juni: Col de Verde - Corte
Vanochtend wilde ik eerst douchen voor het ontbijt. Het was half acht,
en de douche was duidelijk ontworpen door minimalisten. Hoezo
omkleedhokje? Je legt je kleren gewoon buiten? Dat elimineert meteen
ook de noodzaak voor douchegordijnen en andere dure accesoires.
Zeepbakjes? Nooit van gehoord. Maar de grootste verrassing stond me
nog te wachten. Ik had mijn kleren overgeleverd aan de genade van de
buitenwereld en draaide de kraan open. Meestal duurt het even voor het
water warm wordt, toch? Maar het werd niet warm. Ik begon al een
voorgevoel te krijgen. Nog eens voelen. Nee, niet eens een klein
beetje lauw, maar heel koud. Het werd duidelijk wat me te doen stond.
Al ijselijke kreten slakend probeerde ik een compromis te vinden tussen
lichaamstemperatuur en hygiene. Hierna was het buiten was het
opeens warm.
Wat ook goed uitkomt als je op een berg kampeert, is dat je de volgende
dag eerst alleen maar af hoeft te dalen. Jammergenoeg werd dat pleziertje
gedeeltelijk afgenomen door het slechte asfalt, als dat er überhaupt
lag. Onderweg kon je sneeuw op de grote bergen van Corsica goed zien.
Het leverde prachtige plaatjes op. Ondertussen werd de kwaliteit van
het asfalt aanmerkelijk beter en kon je je kilometers naar beneden
laten rollen.
Dit duurde totdat er zich een volgende col aandiende, de Col de Sorba.
Al gauw zaten een hoop Cycletourers bij elkaar in de beklimming.
Een beklimming die vrijwel geheel bedekt werd door een bladerendak.
Ideale omstandigheden voor mij. Halverwege wilde een groepje een
rustpauze nemen, maar ik was nog langer niet moe en reed meteen door.
(En natuurlijk had ik gisteren niet zo ver gereden als de meesten.
Even uitleggen voor mensen die niet aan dit soort fietstochten doen:
zulke zaken kunnen aan je blijven kleven als een strafblad. Als je
jaren later in een bejaardentehuis nog medereizigers tegenkomt waarmee je
stoere verhalen gaat ophalen, loop je de kans dat je gesprekspartner
opeens uithaalt: "Maar jij hebt nooit die rit naar Col de Verde
afgemaakt!")
Afijn, die beklimming ging dus heel lekker. Wel moest ik even stoppen
voor een toeringcar die stil moest staan. Mijn geirriteerde gebaar hierom,
ik was immers net zo lekker bezig, werd gadegeslagen door de bestuurders
van de Cycletoursbus en Richard verontschuldigde zich daarom nog even
dat Cycletours deze touringcar op het parcours had toegelaten. Op de col
gekomen nam ik, blakend van energie, nu eens geen rustpauze en reed meteen
de afdaling in. Tot mijn verbazing zag ik het deelnemersveld nu eens van
voren.
Naar Corte was het nu nog een keer klimmen naar Venaco en daarna afdalen.
Had ik al gezegd dat het goed weer was? Er was een blauwe lucht met hier
en daar wat witte wolken en het werd beter. Onderweg zag ik hoe
bouwmateriaal in de bergen werd afgeleverd door een helicopter. Daarvoor
werd de openbare weg gebruikt als landingsplaats. Na de klim naar Venaco
was het verder een eitje naar Corte. Alleen de binnenstad in was wel even
een flinke klim.
Prominent aanwezig in het hart van Corte, is het citadel, dat op een bergtop
is gebouwd. Daaromheen hoge oude huizen. Ik kwam langs op Place Gaffori,
waar een standbeeld ter ere van generaal Gaffori is opgericht. Hier heeft
een opstand plaatsgevonden en de kogelgaten die daarbij twee-en-halve eeuw
gelezen zijn ingeslagen, zijn nog altijd in Maison Gaffori, achter het
standbeeld, te zien.
In een straatje achter het plein stalde ik mijn fiets en deed een rondje
door de oude straatjes. In een oud groente- en wijnwinkeltje kocht ik
Corsicaanse honing. Deze is minder zoet, maar de smaak ervan haal je er
wel uit als je blind moest proeven. Het is de smaak van het maquis, zegt
men. Vervolgens liep ik door naar een uitkijkpunt waar vele toeristen
stonden. Het was danook een uitstekend punt om de citadel te
fotograferen. Het museum van Corte in de citadel heb ik overgeslagen.
Veel te goed weer voor musea.
Op Place Gaffori ben ik daarna gaan eten. Zoals gebruikelijk nam ik een
salade en een literfles Orezza bronwater uit Corsica. Daarna had ik nog
steeds honger en bestelde ik ook nog een bastellu brocciu. Geen idee wat
brocciu was, en hoewel het goed smaakte, ben ik er nog steeds niet echt
achter. Na het eten liet ik me weer eens afzakken naar de hoofdstraat en
reed de borden naar 'Gorges de la Restonica' achterna. Er bleek daar nog
6 kilometer klimmen op te wachten. Beneden, langs de almaar stijgende
weg, stroomde een water om enorme keien heen. Overal waren mensen aan
het genieten van de zon en het frisse bergwater.
Na zes kilometer was de route afgesloten en kon ik alleen links ervan
een brug over naar de camping. En in wat voor omgeving! Direct naast
de camping baande een beek zich spattend een weg langs grote keien.
Keien die groot genoeg waren om er op te liggen. Waar het water tot
rust kwam, was het kraakhelder. Je kon zonder moeite de bodem zien.
Het water, dat uit de bergen stroomde, was ook ijskoud.
In het avondlicht van rond half zeven, probeerde ik deze stromende
beek op de foto vast te leggen. Geïspireerd door foto's die ik
had gezien van watervallen, probeerde ik eens wat verschillende
sluitertijden uit. Tip: als je mooie beelden wilt maken van
vervloeiend water, dan is sluitertijd 1000 ms nog niet lang genoeg.
Speciale trage film wil ook helpen. Maar zo is tie ook wel mooi.
's Avonds, toen alleen Frank, Reindert en ik nog even aan het
natafelen waren, kwam er opeens een vosje langs. "Ga maar naar
Richard z'n tent", zei Reindert nog, maar de vos ging z'n eigen weg,
de duisternis in.
Trip: 66,5 km, netto tijd: 3 uur en 49 min.
Avg: 17,42 km/u, Max: 57,4 km/u
|