

25 juni: St Florent - Pietrocorbara
Het besluit is gevallen, ik ga langs de kust om Cap Corse fietsen.
Maar niet voordat ik me door Martha op de foto heb laten zetten in
volledige krijgsuitrusting. Zeven á acht kilometer rijdt ik
mee met de bezitters van racefietsen door Patrimonio, een van
Corsica's bekendste wijnstreken. Na drie heuveltjes heb ik het wel
gezien en gooi ik het over een andere boeg. Het fototoestel gaat
uit de tas en om mijn nek en ik ga mijn eigen tempo rijden.
Al gauw voert de route langs de kust, over de kliffen van Cap
Corse en dat is echt spectaculair. Vanaf hoogte kun je door het
heldere water de met rotsen bezaaide bodem uitstekend zien. Ik
begrijp nu waarom men zegt dat je de Cap Corse eigenlijk van oost
naar west zou moeten rijden: dan kun je namelijk de hele rit
rechts rijdend naar de zee staren. Nu moet je steeds oversteken
om de mooie plaatjes te zien.
Er is nog iets anders waarom Cap Corse in de belangstelling staat
van toeristen. In de 15e eeuw komt het Genuese bestuur in geldnood
en verhuurt Corsica aan de schatrijke Banco di San Giorgio. Die
is er bij gebaat dat er welvaart en vrede komt. Dus moet men
iets doen tegen de plunderende barbaren die het land teisteren.
Een plan van aanpak wordt opgesteld (stel ik me voor) en men
besluit 90 torens op gelijke afstanden langs de gehele kustlijn
(1000 km!) op te stellen. Bij onraad wordt een vuur ontstoken
dat door alle andere torens wordt overgenomen. Een hoop van die
torens staan nog langs de kust op Cap Corse en worden eigenlijk
zelden nog ergens voor gebruikt. Misschien omdat ze op de
UNESCO monumentenlijst staan.
Halverwege de westkust doe ik verwoede pogingen om een hogere
kustweg te vinden, die nog spectaculairder is. Bang dat ik weer
eens de afslag zal missen, pak ik een zijweg te vroeg, hetgeen
een pittige klim is. Na een paar bochten is mijn richtingsgevoel
voldoende overtuigd dat dit niet in overeenstemming met de kaart
is. Denderend kom ik weer afgedaald van het slechte asfalt.
Ondertussen is een mistbank naar de kust gekomen, die daartegen
blijft hangen. Ik fiets al gauw door de mist. Soms bekruipt me
even een spookachtig gevoel. Eenmaal hoger op de kustweg kan
ik gek genoeg daar zowel boven als onder de mist door kijken.
Bij Centuri-Port wordt het echt de hoogste tijd om te gaan eten.
Enkele kilometers daal ik af om er vervolgens achter te komen
dat restaurant na restaurant de keuken net sluit, hetgeen heel
sociaal overkomt. In de laatste tent waar ik kom weet men gelukkig
wel een salade op tafel te zetten. De ober is vermoedelijk de broer
van Manuel from Barcelona uit Fawlty Towers. Dat idee wordt
versterkt als ik even later binnen een stapel borden tegen de
vlakte hoor gaan.
Tijdens het eten van de salade kijk ik toe hoe vissen in de haven
vechten om een homp brood. Het water is zo helder dat ik het
tafereel goed kan volgen. Teruggekomen bij mijn fiets ontmoet ik
een jonge en een oudere Corsicaan. De oudere man wil mij een tip
geven over de route terug. Het kost mij veel moeite voordat ik
doorheb dat hij me wil waarschuwen voor de 10% klim als ik links
het plaatsje verlaat. Gelukkig verstaat de jongere Corsicaan
Engels.
De tip helpt, want de uitgang rechts is een stuk minder steil.
Daarna is er nog ongeveer 10 kilometer te klimmen en het is weer
lekker warm. Boven gekomen is het ook al aan de late kant. Er gaat
nog een weggetje naar het noordelijkste puntje van Corsica, maar
er was me al verteld dat die niet interessant was. In de verte zie
ik wel het eilandje Ile de la Giraglia en ik besluit dat ik daarmee
genoeg van het noorden gezien heb. Aan het 'einde' van de noordelijke
kustweg ligt Macinaggio en als ik daar doorheen rijdt is het tegen
zessen. Tijd dus om de laatste kilometers naar Pietrocorbara te gaan
'bleren'. Halverwege gaat mijn weg zomaar over nieuw asfalt en dat
helpt ook een stuk. Half zeven bereik ik de camping.
Trip: 112,1 km, netto tijd: 6 uur en 12 min.
Avg: 18,0 km/u, Max: 52,4 km/u
|