18 augustus: St. Palais - Orolon

Bovenop een heuvel zijn de Pyreneeën al te zien.
Door de bijensteek voel ik me niet lekker en ook niet al te sterk. Dit is geen goed
uitgangspunt voor het rijden van de langste etappe: 114 kilometer. Ik vraag
of ik alvast een voorsprongetje mag nemen en dat is goed. Zo fiets ik rustig
in eigen tempo door het nog koele land. Om na tien kilometer al ingehaald te
worden door 'de trein', een groep van ongeveer zeven die elkaar gevonden hebben.
Op zo'n 20 kilometer lig de eerste feature: een klim van zo'n 3,5 kilometer met een
stijgingspercentage van 15%. In Engeland had ik gekker meegemaakt, maar nu wil het
totaal niet lukken. Niet op of naast de fiets. Aan de top kom ik Alice en Carolien
tegen, die me halverwege voorbij kwamen. Rechtvooruit zijn in de verte de Pyreneeën
al te zien als een donkere massa, waar wolken om hangen (foto boven).

Deze klim van 15% was net iets te veel.
Na de afdaling komen we de begeleiders Dirk en Guido tegen. Van hen krijg ik wat
zalf tegen de beet en Dirk oppert om een stuk af te snijden om zo nog een knoepert
van een klim te vermijden. Ik neem me de vorige klim nog even voor de geest en dat is
genoeg om me te overtuigen een beetje af te snijden. Een uur of wat later bevind ik me
in een plaatsje, waar ik op de gok een salade op de kaart kies. Niet slecht. Ik dommel
na het eten nog een tijd op het terras. Alle tijd. Oh nee, toch niet. Misschien moest
ik maar weer eens gaan. Moet.. niet.. in.. slaap... vallen.
Als ik weer vertrek weet ik dat er nog een colletje voor de boeg is. Het valt me
alleszins mee om die klim fietsend af te brengen. Een beetje rust doet soms wonderen.
Aan het eind van de klim zie ik wat voor effect de hittegolf hier heeft gehad op de
vegetatie. Voor me verrijst een drie-kleurige heuvel: roodbruin, groen en geel.
Hierna is het zwaarste aan klimmen achter de rug en ik kom redelijk op tijd aan in
Orolon.

Een drie-kleurige heuvel.
|